ik tel de geitjes
en de kippen
en de kalkoen daar in de hoek
misschien de haasjes,
die de handen van kleine kinderen
nog maar net ontglippen
en de pagina’s van het boek
dat hun moeder leest,
onaangedaan van hun gegil
ook tel ik de wolken
en de bladeren van gras
en de takken
en het mos
en de afgeronde scherven van glas
die het fietspad bedekken
en de groeven van de stoep
in zijn gedrukt
ik tel mijn hartslag
ik tel mijn adem
ik tel de poriën op mijn arm
en begin weer van voor af aan
ik tel alles wat ik me kan bedenken
zodat ik de schapen kan overslaan

